De energierekening van 2027 wordt niet alléén bepaald door de energieprijs

Audax
Door Audax
8 min lezen
15 sep 2026, 16:40:46

De gasprijs staat op het hoogste punt in ruim drie jaar. Dat cijfer komt deze maand overal langs, en terecht: voor veel grootzakelijke afnemers blijft de commodityprijs de grootste kostencomponent.

Maar wie in 2027 alleen naar het leveringstarief kijkt, mist een steeds groter deel van het kosten- en risicovraagstuk. Netkosten, fiscale maatregelen, netcapaciteit, flexibiliteit en wettelijke verduurzamingsverplichtingen bewegen allemaal tegelijk, en verdienen minstens zoveel aandacht.

Eerst de markt, kort

De TTF-gasprijs liep hard op: van ongeveer 58 euro per MWh begin augustus naar ongeveer 80 euro per MWh rond 11 september. Volgens de ACM is dat het hoogste niveau in ruim drie jaar.

De oorzaak zit in de voorraden. De Nederlandse gasopslagen stonden begin september op ongeveer 50 procent gevuld. Dat is het laagste niveau ooit gemeten op die kalenderdatum sinds de metingen in 2011 begonnen, tegen een vijfjaarsgemiddelde van ruim 75 procent. Daar kwam de spanning rond de Straat van Hormuz bovenop.

Het kabinet heeft het vuldoel voor de wintervoorraad inmiddels met tien procent verlaagd, op advies van de Europese Commissie, juist om te voorkomen dat verplicht bijvullen de prijs verder opdrijft. Nederland komt daarmee uit op 64 procent, ofwel 93 TWh. Bij een gemiddelde winter is dat ruim voldoende: de afgelopen vijf winters lag het verbruik uit de wintervoorraad rond 70 TWh.

Het is belangrijk om het risico goed te benoemen. Bij een gemiddelde winter ziet het kabinet geen directe problemen voor de leveringszekerheid, en de Europese Commissie vindt het verlaagde vuldoel daarvoor verantwoord. Het grootste actuele risico zit daarmee vooral in de prijs: een koude januari werkt direct door in elke rekening die aan de marktprijs hangt.

De kosten die niet bewegen met de markt

Hier zit het verhaal dat minder aandacht krijgt.

De ACM verwacht dat huishoudens en bedrijven in 2027 gemiddeld ongeveer twintig procent meer betalen voor het transport van gas en elektriciteit. Dat zijn gereguleerde netkosten: wie zijn leveringscontract scherper onderhandelt, verandert daar niets aan. Voor grootzakelijke klanten hangen ze wel mede samen met de gecontracteerde capaciteit, en daar valt dus wél op te sturen. En omdat steeds minder gebouwen een gasaansluiting houden terwijl de netkosten niet evenredig meedalen, lopen de kosten per resterende gasaansluiting structureel op.

Daarnaast is er de energiebelasting, en daar zit het punt dat in de meeste berichtgeving verkeerd landt. De koppen melden dat de energiebelasting op gas in 2027 gelijk blijft. Dat klopt voor de eerste schijf, tot 170.000 kubieke meter. Precies daarboven, waar de meeste zakelijke verbruikers zitten, gaat het tarief juist omhoog.
Concreet, alle bedragen exclusief btw. Voor gas van 170.000 tot 1 miljoen kubieke meter stijgt het tarief van 0,33085 naar 0,34123 euro, ruim drie procent erbij. Van 1 tot 10 miljoen kubieke meter gaat het van 0,21396 naar 0,22269 euro, ruim vier procent. Voor elektriciteit daalt het tarief juist: tot 10.000 kWh van 0,09161 naar 0,08579 euro.

Die daling is voor grootverbruikers wel bescheiden. In de schijf van 50.000 kWh tot 10 miljoen gaat het van 0,03735 naar 0,03683 euro, nog geen anderhalve procent. De fiscale prikkel richting elektrificatie komt in 2027 dus vrijwel volledig van de kant van gas, niet van goedkopere stroom. Wie een businesscase bouwt op dalende elektriciteitsbelasting, overschat het effect.

Wees verder voorzichtig met het direct naast elkaar leggen van beide tarieven. Een kubieke meter gas en een kilowattuur elektriciteit zijn geen vergelijkbare energie-eenheden, dus een uitspraak dat gas zoveel keer zwaarder wordt belast dan stroom zegt weinig. Wie de fiscale prikkel voor elektrificatie onderbouwt, rekent per toepassing en neemt het rendement van de installatie mee. En let op dat nieuwsberichten vrijwel altijd de eerste schijf inclusief btw noemen; voor een grootverbruiker is dat getal niet representatief.

Vanaf 2027 komt daar de bijmengverplichting voor groen gas bij. Het kabinet rekent voor 2027 met een maximale meerprijs van 1,5 cent per kubieke meter aardgas. Dat is aanzienlijk lager dan de ramingen van twaalf tot zeventien cent die eerder circuleerden; die gingen over een hoger bijmengpercentage richting 2030.

Voor huishoudens en kleine bedrijven die onder de salderingsregeling vallen, stopt deze op 1 januari 2027. Grootzakelijke aansluitingen vallen hier niet zonder meer onder. Voor wie wel onder de regeling valt, wordt direct eigen verbruik vanaf dat moment waardevoller dan teruglevering.

Tel het op en er ontstaat een duidelijk beeld. Op de leveringsprijs valt te onderhandelen, maar de marges daar zijn klein vergeleken met wat er te winnen valt op verbruik, verbruiksmoment en gecontracteerde capaciteit. Voor de meeste organisaties zit de grootste beheersbare post niet in het tarief, maar in het profiel.

Netcongestie: de spelregels zijn dit jaar veranderd

Wie wil elektrificeren, loopt tegen een ander probleem aan. En daar is dit jaar iets wezenlijks veranderd dat veel organisaties nog niet op het netvlies hebben.

In congestiegebieden geldt niet langer wie het eerst komt, wie het eerst maalt. De ACM stelde per 1 januari 2026 een maatschappelijk prioriteringskader vast voor grootverbruikaansluitingen; sinds 1 juli 2026 geldt het ook voor kleinverbruik. Klein en groot komen daarmee op dezelfde wachtlijst.

Wanneer er capaciteit vrijkomt, krijgen drie categorieën voorrang. Bovenaan staan de congestieverzachters: partijen die juist ruimte op het net vrijmaken, bijvoorbeeld met energieopslag. Daarna volgen veiligheid, met onder meer ziekenhuizen en hulpdiensten, en basisbehoeften als woningbouw, onderwijs en warmtevoorziening.

Dat verandert het advies. Vroeg aanvragen helpt nog steeds, maar bepaalt niet langer je plek in de rij. Voor organisaties die voor een prioriteitscategorie in aanmerking kunnen komen, is het daarom belangrijk om te onderzoeken of zij daarvoor kwalificeren. Voor andere aanvragers blijft beschikbare netcapaciteit bepalend. Let op dat alleen grootverbruikaansluitingen boven 3x80 ampère de status van congestieverzachter kunnen krijgen.

De schaal van wat er tegenover staat is intussen enorm: volgens de ACM moeten netbeheerders de komende vijftien jaar ongeveer 235 miljard euro investeren in het stroomnet. Wachttijden verschillen sterk per regio en per type aansluiting, dus landelijke gemiddelden zeggen weinig. Raadpleeg de capaciteitskaart van je eigen netbeheerder.

De regelingen, en een deadline die snel komt

Tegenover de stijgende kosten staat een aantal regelingen die het rekensommetje verbeteren.

De energie-investeringsaftrek gaat per 2027 omhoog van 40 naar 45,5 procent voor bedrijfsmiddelen van de Energielijst. De ISDE voor zakelijke gebruikers dekt (hybride) warmtepompen, zonneboilers en kleinschalige windturbines. Let op dat isolatie daar níét onder valt, anders dan bij de particuliere regeling, en dat zakelijke aanvragers de aanvraagvoorwaarden goed moeten nalopen vóórdat ze de investering aangaan. En BMKB-Groen biedt tot 1 juli 2027 een borgstelling voor groene investeringen, met een maximaal BMKB-krediet van anderhalf miljoen euro.

De SDE++ kent maar één aanvraagperiode per jaar. De ronde van 2026 loopt van 22 september tot en met 22 oktober en heeft een budget van 8 miljard euro. Voor grotere opwekprojecten is dat het venster van dit jaar. Controleer wel of je project onder een van de opengestelde categorieën valt; de regeling dekt lang niet alles wat onder verduurzaming wordt geschaard.

Een detail dat geld kost als je het over het hoofd ziet: de regelingen sluiten elkaar deels uit. Een bedrijfsmiddel kan niet tegelijk onder ISDE en EIA vallen. Bij EIA en MIA moet je kiezen of de kosten splitsen. De volgorde van aanvragen bepaalt dus wat je netto overhoudt.

Er staat ook geld tegenover

Op Prinsjesdag maakte het kabinet bekend in 2027 ongeveer 6 miljard euro uit te trekken voor energie en verduurzaming. Voor energie-intensieve bedrijven is daarvan de indirecte kostencompensatie ETS de meest directe post, met 574 miljoen euro. Die drukt de energiekosten zelf, in plaats van een investering te subsidiëren. Voor ondernemers met klimaatinvesteringen staat 132 miljoen euro klaar via de VEKI.

Opvallender is dat netcongestie in de begroting expliciet als cruciale economische opgave wordt benoemd. Het kabinet trekt 11,5 miljoen euro uit om de intensievere aanpak die nu in Utrecht draait uit te breiden naar andere kritieke regio's. Dat is geen groot bedrag, maar het is wel een erkenning dat het probleem regionaal wordt aangepakt in plaats van alleen landelijk. Een nieuwe landelijke financiële regeling bovenop Flex-e zit er niet in; wie nu iets wil, is op de bestaande instrumenten aangewezen.

Voor bedrijven die vastlopen op het net is er bovendien Flex-e, en die regeling is in 2026 verruimd. Ze staat open voor bedrijven en instellingen met een grootverbruikersaansluiting, groter dan 3x80 ampère, in een afnamecongestiegebied. Het gecontracteerde transportvermogen is niet langer bepalend; die eis van 100 kW is geschrapt. De regeling kent drie onderdelen: een flexibiliteitsscan, een haalbaarheidsstudie en de flexibiliteitsmaatregelen zelf.

De grens van 100 kW speelt nu op een andere plek: bij het flexibele vermogen van de maatregel. Onder de 100 kW is geen congestiemanagementcontract nodig, daarboven wel. Eén ding om vooraf te checken als je huurt: huurders zonder eigen aansluit- en transportovereenkomst komen dit jaar niet meer in aanmerking. De eigenaar van het pand met de ATO mogelijk wel. De huidige aanvraagronde loopt tot en met 15 oktober 2026.

En voor wie zich zorgen maakt over leveringszekerheid: de staat leent 8 miljard euro aan EBN om de gasopslagen te kunnen vullen voor de winter van 2027/2028. Het vullen van de voorraden wordt dus niet aan de markt overgelaten.

En dan de verplichtingen

Dit is het onderdeel dat het vaakst te laat op de agenda komt.

De energiebesparingsplicht geldt voor locaties met meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent per jaar. De aangekondigde verhoging van die drempel naar 100.000 kWh gaat niet door, dus de huidige grenzen blijven staan.

Volgens de voorgenomen wijzigingen gaat per 1 juli 2027 de terugverdientijd voor verplichte maatregelen van vijf naar zeven jaar. Dat klinkt technisch, maar het effect zou fors zijn: er vallen dan aanzienlijk meer investeringen onder de verplichting dan nu. De Erkende Maatregelenlijsten worden tegelijk vernieuwd. Let op de status: dit is nog geen geldend recht. Publicatie van de definitieve regelgeving is voorzien voor begin 2027. Rapporteren moet vóór 1 december 2027.

Voor vastgoedeigenaren zit er nog iets in dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, en waar de details uitmaken. Tot 1 december 2027 geldt overgangsrecht. Onder de huidige informatieplicht blijft juridisch de drijver van de inrichting verantwoordelijk voor de melding, ook al kunnen huurder en verhuurder de rapportage in de praktijk al onderling verdelen. Daarna wordt de verdeling onder het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving bepalend: gebouwgebonden maatregelen bij de eigenaar, faciliteiten en processen bij de gebruiker.

In een verhuurd object raakt de verplichting daarmee twee partijen binnen hetzelfde pand. Dat vraagt afstemming in huurcontracten en servicekostenafspraken, en dat regel je liever voordat het overgangsrecht afloopt dan erna.

Grotere verbruikers krijgen er nog iets bij. Ondernemingen met een energiegebruik van meer dan 85 TJ, gemiddeld over de afgelopen drie jaar, moeten uiterlijk 11 oktober 2027 een energiebeheersysteem toepassen.

Waar je wél aan kunt draaien

De marktprijs zelf kun je niet sturen, maar je blootstelling eraan wel. Nettarieven en belastingen kun je niet onderhandelen, maar door te sturen op verbruik, capaciteit, flexibiliteit en het moment van investeren kun je wel degelijk invloed uitoefenen op de uiteindelijke energierekening.

Begin met inzicht: welke locaties komen boven de drempel van de energiebesparingsplicht uit, en welke maatregelen zouden erbij komen als de terugverdientijd naar zeven jaar gaat? Dat bepaalt of 2027 een planning wordt of een verrassing.

Kijk daarnaast expliciet naar je contractlooptijd. Wat de beste keuze is, hangt af van commodity, volume, profiel, leveringsperiode en hedge-moment, en verschilt dus per organisatie. Maar het is wel een beslissing die je bewust wilt nemen, niet een die via automatische verlenging wordt genomen.

En als er elektrificatie in de plannen zit: kijk niet alleen naar wanneer je aanvraagt, maar naar de vraag of je binnen een voorrangscategorie valt, en of de congestieverzachter-route haalbaar is.

Energie is de afgelopen jaren van een inkooppost veranderd in een dossier met meerdere knoppen. De organisaties die daar in 2027 het beste uitkomen, zijn niet per se degene die het scherpst hebben ingekocht. Het zijn degene die op tijd wisten waar hun knoppen zaten.