Waarom verduurzamingsprojecten in de industrie vertragen en wat je wél kunt beïnvloeden
Verduurzamingsprojecten in de industrie lopen vooral vertraging op door financiële haalbaarheid en beperkte infrastructuur. Dat blijkt uit het rapport Verduurzamingsprojecten en knelpunten bij de Nederlandse industrie 2026 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Van de 263 projecten die 65 grote industriële uitstoters voor 2030 hebben gepland, is ongeveer een derde 1 tot 2 jaar uitgesteld. Bij 75% van de projecten die vóór 2030 klaar moeten zijn, spelen financiële knelpunten.
Voor bedrijven is de praktische vraag daarom niet alleen óf een project nog rendabel is. Het gaat vooral om twee dingen: welke onderdelen van de businesscase kun je zelf scherper maken, en welke afhankelijkheden moet je expliciet managen?
De 65 bedrijven uit het onderzoek zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer 80% van de CO₂-uitstoot van de Nederlandse industrie. De cijfers zijn dus niet één-op-één representatief voor ieder productiebedrijf. Ze laten wel zien welke knelpunten bij grote verduurzamingsprojecten steeds terugkomen.Wat laat het RVO-onderzoek zien?
Voor het rapport van 2026 sprak RVO met 65 grote industriële uitstoters over hun verduurzamingsplannen. Samen hebben zij 263 projecten gepland voor 2030. Een derde daarvan is 1 tot 2 jaar uitgesteld, en ook investeringsbesluiten worden vaker uitgesteld.
Financiële haalbaarheid is het grootste knelpunt. Bij 75% van de projecten die vóór 2030 moeten zijn uitgevoerd, spelen financiële problemen. RVO noemt vooral hoge elektriciteits- en netwerkkosten, en daarnaast de hoge prijs van waterstof. Driekwart van de bedrijven beoordeelt de economische haalbaarheid van hun investeringen als slecht of zeer slecht. Lange vergunningstrajecten, onvoldoende vraag naar duurzame producten en buitenlandse concurrentie spelen daarbij mee.
Infrastructuur is een tweede concreet knelpunt. Van de 65 bedrijven hebben er 43 een grotere elektriciteitsaansluiting nodig; 28 daarvan staan op een wachtlijst. Bij 36 projecten dreigt ontoereikende infrastructuur de uitvoering tegen te houden. Die projecten zijn samen goed voor ongeveer 3,5 megaton mogelijke CO₂-reductie.
Tegelijk blijven bedrijven plannen maken. Het merendeel vindt verduurzaming belangrijk voor de toekomst. Voor 2031–2040 staat nog eens 14,4 megaton mogelijke CO₂-reductie gepland, al is ruim 80% daarvan onzeker.
Welke knelpunten kun je als bedrijf niet zelf oplossen?
Niet ieder probleem hoort op het bord van het bedrijf zelf. Een volle netaansluiting, landelijke nettarieven of een traag vergunningstraject kun je niet wegoptimaliseren. Maak dat onderscheid expliciet, anders gaat te veel tijd zitten in scenario's die technisch of contractueel nog niet uitvoerbaar zijn.
Onderscheid per project drie soorten afhankelijkheden:
- Extern en niet direct beïnvloedbaar: beschikbare transportcapaciteit, publieke infrastructuur, wet- en regelgeving en vergunningprocedures.
- Extern maar beïnvloedbaar via afspraken: contractvormen met netbeheerder, fasering met leveranciers, samenwerking in een gebied of flexibiliteitsafspraken.
- Intern beïnvloedbaar: energieprofiel, procesplanning, projectfasering, investeringsmoment, technische scope en de kwaliteit van de businesscase.
Die indeling voorkomt dat één onzekere factor het hele project stilzet zonder dat duidelijk is welke voorbereiding ondertussen wél kan doorgaan.
Waar kun je de businesscase wél scherper maken?
Werk met scenario's in plaats van één uitkomst. Een verduurzamingsproject wordt vaak doorgerekend met één set aannames, en juist in een onzekere energiemarkt is dat kwetsbaar.
Neem bijvoorbeeld minimaal mee:
- de huidige en verwachte elektriciteits- en gaskosten;
- netwerkkosten en eventuele wijzigingen in het gebruiksprofiel;
- het benodigde elektrische vermogen en de beschikbaarheid daarvan;
- productie- of bedrijfsuren waarin installaties flexibel kunnen draaien;
- onderhoud, stilstand en vervangingsmomenten;
- mogelijke subsidies of fiscale regelingen, zonder die als gegarandeerde opbrengst te behandelen;
- de kosten van uitstel én de kosten van te vroeg investeren.
Zo ontstaat niet één rendementscijfer, maar een bandbreedte. Dat maakt zichtbaar bij welke aannames een project nog steeds logisch is en bij welke verandering opnieuw een besluit nodig is.
Waarom is je energieprofiel onderdeel van de investeringsbeslissing?
Voor veel elektrificatieprojecten is niet alleen het jaarverbruik relevant. De momenten waarop vermogen nodig is, zijn minstens zo belangrijk. Twee bedrijven met hetzelfde jaarverbruik kunnen daardoor een heel andere impact op hun aansluiting hebben.
Breng daarom per proces in kaart:
- wat het maximale vermogen is;
- op welke momenten dat vermogen nodig is;
- welke processen verschuifbaar zijn;
- welke installaties continu beschikbaar moeten zijn;
- welke toekomstige uitbreiding al bekend is.
Een energiemanagementsysteem kan helpen om deze patronen inzichtelijk te maken, maar het systeem zelf is niet de oplossing. De waarde zit in de beslissingen die je met die data kunt nemen. Lees ook: wat is een energiemanagementsysteem en wanneer heeft je bedrijf het nodig?
Moet je een project uitstellen of juist in fasen uitvoeren?
Uitstel is niet altijd hetzelfde als stoppen. Voor sommige projecten is faseren een betere keuze dan wachten op één groot eindbesluit.
Een praktische aanpak is om een project op te delen in vier stappen:
- Inzicht: meet en analyseer het huidige energieprofiel.
- No-regretmaatregelen: voer maatregelen uit die ook zonder extra netcapaciteit zinvol blijven.
- Voorbereiding: werk techniek, vergunningen, financiering en contractvoorwaarden uit.
- Uitvoering: investeer wanneer de noodzakelijke infrastructuur en randvoorwaarden voldoende zeker zijn.
Zo voorkom je dat een projectteam pas weer begint zodra één externe blokkade is opgelost. Tegelijk voorkom je dat je investeert in techniek die later niet past bij de beschikbare netcapaciteit of bedrijfsplanning.
Wat betekent dit voor industriebedrijven die nu een investeringsbesluit voorbereiden?
De belangrijkste les uit het RVO-onderzoek is niet dat verduurzaming stilvalt. Bedrijven blijven plannen maken, maar de uitvoering wordt moeilijker wanneer kosten, infrastructuur en onzekerheid tegelijk oplopen.
Voor een investeringsbesluit helpt het daarom om vijf vragen expliciet te beantwoorden:
- Welke afhankelijkheid bepaalt op dit moment echt de planning?
- Welke aannames in de businesscase zijn het meest gevoelig?
- Welke voorbereidende stap kan doorgaan zonder onomkeerbare investering?
- Welke energie- en netdata ontbreken nog voor een onderbouwd besluit?
- Op welk moment moet de businesscase opnieuw worden beoordeeld?
Leg deze vragen niet alleen bij finance of techniek neer. Verduurzamingsprojecten raken productie, energie-inkoop, onderhoud, strategie en vaak ook vastgoed of locatieplanning. De kwaliteit van het besluit wordt beter wanneer die disciplines dezelfde aannames gebruiken.
Voorbeeld: elektrificatie van een productieproces
Een productiebedrijf wil een gasgestookt proces elektrificeren. De technische oplossing is beschikbaar, maar de bestaande aansluiting is onvoldoende voor volledige elektrificatie.
Een alles-of-nietsbenadering zou betekenen: wachten op extra transportcapaciteit. Een gefaseerde aanpak kan anders uitpakken. Het bedrijf brengt eerst het kwartierprofiel in kaart, onderzoekt welke productieruns verschuifbaar zijn en bekijkt of delen van de installatie al kunnen worden voorbereid zonder het volle vermogen af te nemen.
Daarna worden drie scenario's doorgerekend: volledige elektrificatie, gefaseerde elektrificatie en uitstel. Per scenario worden niet alleen energiekosten, maar ook netkosten, productieplanning en investeringsmoment meegenomen. Zo ontstaat een besluit dat past bij de feitelijke beperkingen, in plaats van bij één optimistische aanname.
Van ambitie naar uitvoerbare energiekeuze
De industrie wil verduurzamen, maar een technisch goed idee is niet automatisch een uitvoerbaar project. Juist wanneer kosten en infrastructuur onzeker zijn, helpt het om businesscase, energieprofiel en afhankelijkheden samen te beoordelen.
Audax helpt bedrijven inzicht te krijgen in hun energiegebruik en energiekeuzes te verbinden aan de bedrijfsvoering. Externe knelpunten zoals netcongestie lossen we daarmee niet op. Wel kun je beter onderbouwd bepalen welke stap nu logisch is en welke beslissing nog moet wachten.
Veelgestelde vragen
Betekent het RVO-onderzoek dat verduurzamen in de industrie niet meer rendabel is?
Nee. Het onderzoek laat zien dat financiële haalbaarheid bij veel projecten onder druk staat. Of een specifiek project rendabel is, hangt af van techniek, energiegebruik, financiering, infrastructuur en andere projectspecifieke factoren.
Zijn hoge netwerkkosten de belangrijkste oorzaak van uitstel?
RVO noemt hoge elektriciteits- en netwerkkosten als belangrijkste factoren binnen de financiële haalbaarheid. Daarnaast spelen onder meer de prijs van waterstof, lange vergunningstrajecten, onvoldoende vraag naar duurzame producten en buitenlandse concurrentie een rol.
Kan energiemanagement netcongestie oplossen?
Nee. Energiemanagement creëert niet automatisch extra transportcapaciteit. Het kan wel helpen om het energieprofiel beter te begrijpen en te beoordelen of processen slimmer kunnen worden gepland binnen de beschikbare ruimte.
Moet je wachten met investeren als extra netcapaciteit onzeker is?
Niet per definitie. Sommige voorbereidende of energiebesparende maatregelen kunnen zinvol blijven. Beoordeel per stap welke investering afhankelijk is van extra capaciteit en welke stap ook zonder die capaciteit waarde heeft.
Waar begint een goede herbeoordeling van een verduurzamingsproject?
Bij de aannames die het meeste invloed hebben op de uitkomst: energiekosten, netcapaciteit, projectplanning, financiering en productie-impact. Actualiseer die eerst en bepaal daarna of de gekozen route nog past.
